23/02/2017

Van Terwinselen via Biafra naar Jemen en ...

Adrie600.JPG

"Toen ik het levensverhaal Een nijlpaard in mijn achtertuin van mijn broer Bert las over zijn belevenissen in de Congo, besloot ik om ook maar eens werk te maken van mijn levensverhaal", schrijft Adrie Voorhoeve (79), een gepensioneerde kinderarts ter introductie van haar eigen levensboek dat ze onder begeleiding van MijnVerhaal vorm gaf. Het vervolg is een indrukwekkende reis over de wereld, langs alle plaatsen waar ze woonde en werkte. Met toestemming publiceer ik hieronder enkele passages. 

TERWINSELEN - 1942 

"Ons huis staat onder aan een vrij steile helling. Achter het huis ligt de sintelberg van de Staatsmijn Wilhelmina, aan de overkant van de weg kijken we uit op een braakliggend stuk land waar mijn vader aardappelen en bonen gaat verbouwen. In de tuin staat een appelboom. Een sterappel, ideaal als klimboom, waar we uiteraard al gauw een hut in maken...

Bert gaat naar school, ik mag nog niet en een kleuterschool bestaat nog niet. Maar thuis, bij het schooltje spelen, ben ik natuurlijk de leerling. Connie leert me lezen, Piet brengt me de beginselen van het rekenen bij en leert me schaken. Ik lees alles wat ik in handen krijg, alle kinderboeken die we in huis hebben, de jongensboeken waarmee Piet thuiskomt van de bibliotheek en later de boeken uit mijn vaders boekenkast over het oude Griekenland. Maar ook reisverhalen over Livingstone en Stanley."

NIGERIA - 1966. 

"De kinderafdeling valt onder mijn verantwoordelijkheid, een verantwoordelijkheid die ik gelukkig deel met een ervaren verpleegster. Als ik één van de eerste dagen met een stijf verkrampte baby in mijn armen vraag: ‘Wat is er met dit kind?’ weet zij het meteen: tetanus. Tetanus komt voor bij pasgeborenen doordat na de bevalling de navelstreng wordt doorgesneden met een mes dat ook bij het bewerken van het land wordt gebruikt. Een zuigeling met een pylorus stenose, een vernauwing van de uitgang van de maag, waardoor het kind zijn voeding na tien minuten met kracht uitspuugt, opereer ik met succes samen met mijn Nigeriaanse collega Sami. Pye’s Surgical Handicraft ligt naast ons op de operatietafel. Als het kind vijf dagen later op de rug van zijn moeder naar huis gaat, zijn we allebei apetrots.

Met een ander kind loopt het minder goed af. ’s Avonds laat word ik geroepen voor een jongen van een jaar of tien met hevige buikpijn, duidelijk een blindedarmontsteking. Hij moet geopereerd worden, maar dit heb ik nog nooit gedaan en we hebben de afspraak met het regeringsziekenhuis in Onitsha dat we chirurgische patiënten naar hen kunnen doorsturen. Zijn ouders hebben hem gebracht met de auto, dus stuur ik hen door. De volgende morgen staan ze weer bij de poort. Het kind, doodziek, sterft op de operatietafel. In het regeringsziekenhuis komt niemand ’s nachts zijn bed uit, hoor ik later… Ik heb nooit meer iemand doorgestuurd."

JEMEN - 1985. 

"De vrouwen komen volledig in het zwart, lange stijve nauwsluitende broeken en daarover een alles bedekkende chador. Het is een heel gedoe om de broek uit te krijgen als de vrouwen hoogzwanger binnenkomen, op het punt om te bevallen. We krijgen vrouwen binnen in de meest miserabele toestand; half doodgebloed, met een vastzittende placenta, een uitgezakte navelstreng of met baby’s van wie de beentjes naar buiten hangen en het hoofdje vastzit.

Op een dag wordt een vrouw door haar echtgenoot binnengereden op een kruiwagen. Het is een Asharq-stel uit de wadi. De vrouw draagt gewoon een jurkje, is niet gesluierd en bevalt van een gezonde zoon die meteen aan de borst gaat. De volgende dag gaan ze lopend met het kind in de kruiwagen terug naar huis. Dit kind redt het wel. Dat is heel wat anders dan de baby van een jaar die door zijn vader wordt gebracht. Hij weegt nog geen vier kilo en lurkt aan een vieze zuigfles. Zijn moeder zou te zwak zijn om borstvoeding te geven en is weer zwanger. De vader toont het blik melkpoeder dat hij heeft gekocht. Hij heeft geen idee dat zo’n blik maar voldoende is voor hoogstens een week. We beginnen meteen met maïspap met een lepeltje, behandelen zijn diarree en geven zijn eerste vaccinaties. Na een week gaat Charlotte met hen naar huis hoog in de bergen en leert moeder hoe ze haar kinderen moet voeden en verzorgen."

CAMBODJA -2000.

In het begin is er één afdeling met twintig bedden. Op mijn aandringen uitsluitend met bedden voor volwassenen, want moeders slapen bij hun kleine kinderen in bed. In de loop van de volgende twee jaar moeten er al gauw meer bedden komen, een isolatie-afdeling, een intensive careafdeling, een aparte zaal voor chirurgische patiëntjes en een hoekje met twee couveuses voor pasgeborenen. De polikliniek loopt meteen volop, met minimaal honderd patiënten per dag. Het ziekenhuis krijgt al snel de reputatie van een plaats waar je met zorg en respect wordt behandeld.

De gevallen waar we mee te maken krijgen, zijn bijzonder gevarieerd: verkeersongelukken, een jongen die door een waterbuffel is gespietst, verdrinking en verminking door landmijnen. Maar ook malaria, tuberculose, ernstige aangeboren afwijkingen - de door de Amerikanen gebruikte ontbladeringsmiddelen tijdens de Vietnamoorlog zouden hiervan wel eens de oorzaak kunnen zijn - en ‘gewone’ kinderziektes als diarree en longontsteking komen voor. Opvallend is dat ouders ook komen met kinderen met epilepsie en met kinderen die door een geboortetrauma spastisch of geretardeerd zijn. Deze kinderen worden niet, zoals in veel Afrikaanse landen, weggestopt."

  •  Ben je gegrepen door het verhaal van Adrie? Haar levensboek is in z'n geheel Hier te lezen.