18/03/2016

Mijn opa Henkie wás Assendorp

Annelien met opa Hendrik Wezenberg.jpg

Annelien Prins: “Mijn allereerste herinnering? Dan zie ik mijn opa Henkie voor me, lang, groot en sterk was-ie. Het was bij hem thuis aan de Eigenhaardstraat nummer 35, het was 17 februari 1987 en hij vertelde vol trots en emotie dat ik een broertje had gekregen, Daan. Wij woonden zelf iets verderop, aan de Eendrachtstraat.

Garder

Ik wilde direct naar huis, alleen maar daar, bij mijn broertje zijn. Ik was op slag verliefd. In mijn verdere jeugdherinneringen spelen oma en vooral ook opa een belangrijke rol. Ik ging uit school heel vaak bij hen langs, altijd stond er wat lekkers op tafel. Opa maakte veel grapjes, verkleedde zich, maakte muziek. Soms had hij een pan op zijn kop en een garder in zijn hand. Dan deed hij allemaal typetjes na. Saai was het nooit.

Met opa had ik een bijzondere band en via hem ook met Assendorp.  Opa wás Assendorp.  Vaak ging ik met hem mee, de wijk door, boodschappen doen. Bij ieder huis, iedere winkel wist hij wel iets te vertellen. Wie er gewoond had, van die dingen. Sommige verhalen heeft-ie wel drieduizend keer verteld. Hij had zo veel lol gehad vroeger, zoveel kattenkwaad uitgespookt. Ook vertelde hij over alle winkeltjes die er vroeger zaten, op elke hoek van de straat zat er wel een.

Roken

Over de oorlog vertelde hij ook, die kwam altijd terug in zijn verhalen, die zat diep bij hem. Op latere leeftijd kwam mijn opa in een rolstoel terecht en reed ik hem elke vrijdag naar de markt, weer of geen weer. Op de markt kende mijn opa bijna iedereen. Hij sprak iedereen aan, ook wildvreemden. Mensen die rookten, kregen te horen dat ze moesten stoppen. Hij kon het immers weten, had longkanker overleefd en ging met een long door het leven. Tegen mensen, dun of dik, die liepen te eten op straat, zei hij: ‘Denk je wel om de lijn?’

Op de markt liepen we altijd eerst even over het gedeelte met kleding. Ik moest dan niet te lang naar iets kijken, want dan kocht hij het al voor me. Hij was erg gul. Standaard aten we vis bij viswinkel Visscher. Hij nam dan een lekkerbekje en een cappuccino. En we namen een lading vis mee naar huis voor de hele week. Mijn opa at namelijk elke dag een zoute haring. Dat moest van de dokter zei hij.

Begraven

De band met opa werd nog veel sterker toen oma overleed, in 2002. Ik was toen negentien, woonde nog steeds bij mijn ouders. Het was wel duidelijk dat we moesten zorgen dat opa in zijn huisje aan de Eigenhaardstraat kon blijven wonen. Had-ie uit Assendorp weg gemoeten, dan hadden we hem gelijk kunnen begraven. We besloten met de familie voor hem te zorgen.

Mijn moeder wandelde elke dag met hem en kookte elke dag voor hem. Op werkdagen wandelde hij met zijn rolstoel tot aan de hoek van Eigenhaardstraat, Assendorperstraat. Dan ging hij daar in de rolstoel zitten wachten op ons, tot we hem ophaalden. Had-ie toch z’n loopje gehad. In 2012 overleed opa Henkie, 88 jaar oud, tot het eind was-ie goed bij. Ik herinner me hem als een lieve, sterke, zorgzame, soms emotionele man, een Assendorper. Hij was als een tweede vader voor mij geweest, overbezorgd altijd. Ging ik weg, al was het voor even – een dag of zo - dan zei hij: ‘Kiek uut, se riedn oe met een glimlach dood’ De tranen stonden hem dan in de ogen.” 

Sinds januari 2008 woon ik de in mooiste wijk van Zwolle: Assendorp. Iedere maand interview ik voor mijn wijkkrant De Assendorper iemand die in de wijk is geboren en getogen over zijn of haar eerste herinneringen aan Assendorp. Bovenstaande herinneringen zijn van Annelien Prins, gepubliceerd in de maart-editie van De Assendorper. Ben jij ook geboren en getogen in Assendorp en wil  je je eerste herinneringen aan de wijk laten optekenen? Mail of bel me!