16/04/2015

Krijtstof op vroom gevouwen handen

dia7028kopie6.jpg

Diny van Breukelen - Mars (80), 2015: "Denk ik aan mijn jeugd in Assendorp in Zwolle, dan zie ik als eerste mezelf, een jaar of drie, buitenspelend, in de Verenigingsstraat waar we woonden. Dat kon toen, want behalve de dokter had niemand nog een auto. Met de buurtkinderen hinkelden we veel, we tolden en als de jongens meededen dan ging het er wat ruiger aan toe. Belletje trekken, kleine pesterijen. Altijd waren we op straat, we moesten er alleen wel voor zorgen dat we voor acht uur s’ avonds, voor spertijd binnen waren, want het was oorlog.

Ik zat op de Mariaschool op de Assendorperstraat. Omdat ik vrij groot was, moest ik achterin de klas zitten, de plek met het meeste rumoer, een plek ook waar de nonnen die voor de klas stonden met hun grote witte kappen, niet veel zicht op hadden. Maar als ze je dan snapten, bij het spieken bijvoorbeeld, dan waren ze ook heel streng. Je moest voor in de klas op de knieën, met het gezicht naar de muur gaan zitten. De handen vroom gevouwen. Op die handen werd dan wat stof van het krijt gestrooid. Op die manier konden de nonnen controleren of je wel stil bleef zitten. Met die school was het na een paar oorlogsjaren trouwens afgelopen. De Duitsers namen de school in beslag. 

Angstig bezit

Het was een angstige tijd, de oorlogstijd. De dreiging die uitging van het zware gebrom van de met bommen geladen vliegtuigen die overkwamen. De bombardementen zelf. Meneer Polder een NSB-er wiens schoonmoeder naast ons woonde, over wie ik het lied zong: ‘A, B, C, D, E, F, G, Polder is lid van de NSB….’ Qua eten hadden we het niet eens zo slecht, in tegenstelling tot de vele mensen die lopend met handkarren vanuit het westen kwamen en hier hun sieraden verpatsten in ruil voor een beetje voedsel. Nee, we hadden genoeg, maar bij ons was het ellendig op een andere manier. Zo heerste er difterie. Alleen in mijn klas overleden al drie kinderen daaraan.

Ons gezin bleef evenmin gespaard. Marietje, mijn zusje kreeg een acute blinde darmontsteking. Het was 1943, ze was zes jaar. Mijn moeder dacht er verstandig aan te doen te wachten met handelen tot mijn vader  ’s avonds thuis zou komen. Toen hij er was, werd ook direct een dokter gebeld, die bracht Marietje met zijn auto naar het ziekenhuis. Daar is ze na drie weken onbeschrijfelijk leed overleden. Haar dood was een ommekeer in ons gezinsleven. Vanaf toen maakten we op zondag een grote wandeling door de stad, altijd eindigend op de Rooms Katholieke begraafplaats, op de Bisschop Willebrandlaan waar Marietje ligt begraven. Vanaf toen was er altijd de angst, de bezorgdheid. Ik hoor mijn moeder nog zeggen: “Eén kind. Het is zo’n angstig bezit.’ Het is die angst, die ik nadien altijd heb gevoeld.” 

Sinds januari 2008 woon ik de in mooiste wijk van Zwolle: Assendorp. Iedere maand interview ik voor mijn wijkkrant De Assendorper iemand die in de wijk is geboren en getogen over zijn of haar eerste herinneringen aan Assendorp. Bovenstaande herinneringen zijn van Diny van Breukelen - Mars, gepubliceerd in de april-editie van de Assendorper. Ben jij ook geboren en getogen in Assendorp en wil  je je eerste herinneringen aan de wijk laten optekenen? Mail of bel me!