03/01/2017

Als het leven wordt genomen én gegeven

donor600.jpg

Veel verhalen geschreven tijdens de MijnVerhaal-cursussen zijn alleen bestemd en geschikt voor naasten van de schrijver. Maar soms zijn er verhalen die een breder publiek verdienen, zoals het verhaal van Linde, een jonge vrouw die in 2014 in een week tijd zowel haar vriend als vader verloor. Haar verhaal is belangrijk omdat het duidelijk maakt waarom een ieder met zijn naasten een gesprek over orgaandonorschap zou moeten voeren. Met haar toestemming publiceer ik het verhaal hieronder. 

"In die vroege ochtend van mei sta ik na een korte nacht in de tuin achter mijn huis. Er zit teveel onrust in mijn lijf om in bed te blijven liggen, ik zie hoe het slagveld in de tuin er bij daglicht uitziet. De tuintafel is nauwelijks zichtbaar door de lege flessen en de volle asbakken. En mijn hond staat daar vrolijk tussen, te kauwen op een half stokbrood brie. Het verrassingsfeestje zonder verrassing was een feit. Ik ben blij met mijn lieve vrienden. Ze hadden me gepeild in de dagen voor mijn verjaardag. Wilde ik alleen zijn of toch mensen om me heen?

Precies een week geleden had ik voorgoed afscheid moeten nemen van mijn grote lief Ronnie. Mijn verjaardag vieren kwam niet in me op maar om nu in m’n eentje te gaan zitten… Ik wilde een avond waarbij ik gewoon mijzelf kon zijn, geen schijn hoefde op te houden en met de liefste mensen om me heen.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN

Net wanneer ik de glazen uit de tuin pluk gaat de telefoon, het is één van mijn broers. Gisteren was hij de laatste die wegging en nu is hij de eerste die ik spreek. Ik hoor wat hij mij zegt. Pap is onwel geworden en wordt naar het ziekenhuis gebracht met een ambulance. Of ik mam wil opvangen op de eerste hulp. Ik registreer het wel maar voel niets bij de woorden die hij zegt. Het voelt alsof mijn brein een muur heeft opgetrokken tussen registratie en gevoel. Bijzonder hoe een lijf ingebouwde veiligheidsmaatregelen treft om je op de been te houden als het allemaal even teveel dreigt te worden.

Wanneer ik de telefoon neerleg voel ik de weerzin om naar het ziekenhuis te moeten gaan. Het zal toch allemaal wel meevallen met mijn vader en ik woon er praktisch naast dus ik besluit Moor nog even uit te laten voordat ik ga. Maar wanneer ik een paar passen buiten heb gezet, hoor ik in de verte een ambulance aankomen. Die hoor ik elke dag af en aan rijden en ik heb geen idee of dit de ambulance is waar mijn vader in wordt vervoerd, maar het geluid grijpt me naar mijn keel.

SPOEDEISENDE HULP

Ik ren terug naar huis om de hond terug te brengen en grijp mijn fiets. Weer onderweg naar die vervloekte spoedeisende hulp, waar ik drie weken geleden Ronnie had gebracht. Waar we dezelfde avond nog hoorden dat hij een tumor in zijn maag had. 

Op de spoedeisende hulp word ik, na het noemen van mijn naam, naar een kamertje gebracht waar mijn moeder al zit. Ik baal van mijn vertraagde reactie, had haar moeten opvangen en nu was ze hier alleen. Rustig maar doordringend vertelt ze me dat ze vanmorgen, toen mijn vader niet aan het ontbijt was verschenen, naar de stal was gelopen waar hij aan het melken was. Ze had hem daar buiten bewustzijn gevonden. Na iets wat een eeuwigheid leek te duren worden we bijgepraat.

HERSENSCAN

Het blijkt gewoon toch te kunnen. Iets wat mijn brein niet wilde registreren. Je blijkt toch zo kort na je lief ook je vader te kunnen verliezen. De artsen hebben hem hersendood verklaard. Wat er precies is gebeurd waardoor hij onwel is geworden valt niet te achterhalen. Maar we staren apathisch naar een hersenscan waarop alles donker kleurt en de gebruikelijke witte hersentekeningen aan één kant niet meer aanwijzing zijn. 

Mijn moeder, mijn drie broers en ik staan bij het bed van mijn vader. We moeten afscheid van hem nemen. Het valt nauwelijks te bevatten. We houden elkaar stevig vast en ook pa’s grote grof getekende boerenhanden. Gisteren op mijn verjaardag had ik samen met hem nog een wandeling gemaakt.

GEVOELENS

Ik vertelde hem over Ronnie’s donorcodicil en dat ik pas na zijn afscheid herinnerde dat hij die had. Dat er geen arts was die mij daar op gewezen had verbaasde mij achteraf en ik had onze huisarts gebeld en gevraagd om uitleg. Ronnie was thuis overleden en had kanker in een ver uitgezaaid stadium. Daarom kon hij geen donor meer zijn. Mijn vader hoorde mij aan en zweeg. Over zijn gevoelens praten was iets wat hij nooit had geleerd en ik had mij daar, zij het met moeite, lang geleden bij neergelegd. 

Mijn vader ligt aan de beademing en wordt kunstmatig in leven gehouden. We worden gevraagd om als familie met elkaar te overleggen wat er nu moet gebeuren. Er blijkt zoiets te bestaan als een familiekamer, met tissues, warme kleuren, zachte kussens en rustgevende posters aan de muur. Ik word er onrustig van. We worden ingelicht over de toestand van mijn vader en alle opties worden doorgenomen. We zijn het erover eens dat mijn vader niet kunstmatig in leven gehouden moet worden.

MOEDER

Aangezien mijn vader geen geregistreerd donor is, wordt ons ook gevraagd hoe wij daar tegenover staan. Ik kijk hoe mijn moeder reageert, wil haar niet beïnvloeden. Als ze deze keuze maakt moet ze daar zelf volledig achter staan. Ik heb het er wel eens met haar over gehad. Ze was daar toen terughoudend in met als reden dat ze bang was dat ze dan niet goed afscheid zou kunnen nemen.

We krijgen de tijd om het als familie met elkaar te bespreken. Mijn moeder is heel helder en resoluut. Ze is akkoord dat mijn vader donor wordt als wij daar ook achter kunnen staan. Ik ben wat verbaasd, dit is niet het antwoord wat ik had verwacht, maar mijn broers en ik staan achter haar beslissing. Het ziekenhuis neemt contact op met een transplantatiecoordinator. Zij komt om ons te begeleiden en al onze eventuele vragen te beantwoorden. We krijgen een telefoonnummer waarop we haar dag en nacht kunnen bereiken.

DONORORGAAN

Ik kijk in het jonge gezicht van de vrouw voor ons en vraag me af wat zij heeft meegemaakt. Het kan toch niet anders of je moet een urgentie in je hebben om dit soort werk te doen. Dag en nacht opgebeld kunnen worden en dan nabestaanden te woord staan die nog nauwelijks beseffen wat hen is overkomen. Zou ze zelf mensen zijn verloren? Of zijn er in haar omgeving mensen gered met een donororgaan? 

Er word ons uitgelegd dat mijn vader eerst onderzocht gaat worden. Er zal gekeken gaan worden hoe gezond zijn organen zijn. Hoe dubbel is het gevoel, wanneer al zijn organen kerngezond blijken te zijn. Met terugwerkende kracht krijgt hij toch gelijk, zijn boeren dieet met roomboter en melk vers van de koe, is super gezond.

AFSCHEID

De operatie kan de volgende ochtend vroeg beginnen. Er wordt ons gevraagd welke organen we wel of niet willen laten doneren. Vanaf dat moment gaat de transplantatiecoordinator alles regelen om de mensen die bovenaan de lijst staan te bellen. De operatie zal een paar uur duren dus wij nemen voorlopig even afscheid van mijn vader.

We besluiten naar mijn huis te gaan waar ik mijn moeder vraag waarom ze zo zeker was over haar besluit. ‘Hij heeft me gisteren zelf gezegd dat hij dat zou willen, dat hij dat belangrijk vond’ Ze vertelt me dat ze op de terugweg in de auto hadden nagepraat over orgaandonatie.

MEDEMENS

Blijkbaar had het onderwerp hem niet losgelaten en toen mijn moeder haar zorgen had uitgesproken over het wel of niet goed afscheid kunnen nemen, had mijn vader resoluut geantwoord dat orgaandonor zijn iets is wat je gewoon moet doen. Omdat het iets is waar je je medemens mee kunt helpen.

Hoe zou alles gelopen zijn als ze dat gesprek niet hadden gehad? Wanneer ik hem de volgende dag weerzie is hij van de beademing afgehaald. Samen met de uitvaartondernemer heeft mijn moeder hem opgebaard en van de operatie is niets te zien.

URGENT

Mijn vader kon een zwijgzaam man zijn en al kon hij niet over zijn gevoelens praten, hij sprak wel naar mij uit dat hij trots op mij was, dat vond ik bijzonder en ontroerend om van hem te horen. Toen hij was overleden, besefte ik mij dat ik dat eigenlijk nooit tegen hem heb gezegd. Dat ik altijd de dochter was die probeerde te peuteren in zijn gevoel om hem uit te dagen wat meer van zichzelf te laten zien. Dat ik de dochter was die altijd tegen zijn mening in ging en nooit zomaar aannam wat hij zei.

Het schrijven van dit verhaal is voor mij dan ook niet alleen urgent omdat ik het belangrijk vind te laten zien dat een klein gesprek de levens van mensen heeft gered of in ieder geval menswaardiger heeft gemaakt. Het is ook urgent omdat ik wil laten weten dat ik trots ben op mijn vader en op het dappere besluit van mijn moeder."

Naschrift: 

"Twee maanden na het overlijden van mijn vader, ontvingen we een brief van het UMC Groningen met daarin een update over hoe het ging met de mensen die een donororgaan hadden ontvangen: 

  • Het hart is getransplanteerd bij een 64 jarige man. De transplantatie is geslaagd. Het gaat goed met de ontvanger en hij is thuis.
  • De longen zijn getransplanteerd bij een 62 jarige man. De transplantatie is geslaagd. Het gaat goed met de ontvanger en hij is thuis.
  • De lever is getransplanteerd bij een meisje van 7 jaar. De transplantatie is helaas niet gelukt. Het meisje heeft snel na de transplantatie een andere lever gekregen. Het gaat goed met het meisje en ze is thuis.
  • De linker nier is getransplanteerd bij een vrouw van 43 jaar. De transplantatie is geslaagd en mevrouw is thuis.
  • De rechter nier is getransplanteerd bij een man van 42 jaar. De transplantatie is geslaagd en meneer is thuis".

 

De naam Linde is om reden van privacy gefingeerd. Wil je contact met haar, stuur dan een mailtje naar info@mijnverhaal.eu