MijnVerhaal Blog

02/04/2017

Nieuwe schrijfcursus MijnVerhaal in Havelte

IMG_5401xx.jpg

MijnVerhaal organiseert twee keer per jaar een schrijfcursus, voor mensen die in alle rust, goed begeleid, willen werken aan een (levens)verhaal. De eerst volgende schrijfcursus wordt gegeven van 13 tot 17 november in het Hunehuis in Halvelte. Je komt op zondagavond (12/11) of maandagochtend waarna de cursus om 9 uur start. Je vertrekt op vrijdag aan het eind van de ochtend. Deze schrijfweek kost €575 euro, dat is inclusief de overnachtingen en alle dagen heerlijk eten en drinken en exclusief btw. 

» Lees verder

23/02/2017

Van Terwinselen via Biafra naar Jemen en ...

Adrie600.JPG

"Toen ik het levensverhaal Een nijlpaard in mijn achtertuin van mijn broer Bert las over zijn belevenissen in de Congo, besloot ik om ook maar eens werk te maken van mijn levensverhaal", schrijft Adrie Voorhoeve (79), een gepensioneerde kinderarts ter introductie van haar eigen levensboek dat ze onder begeleiding van MijnVerhaal vorm gaf. Het vervolg is een indrukwekkende reis over de wereld, langs alle plaatsen waar ze woonde en werkte. Met toestemming publiceer ik hieronder enkele passages. 

TERWINSELEN - 1942 

"Ons huis staat onder aan een vrij steile helling. Achter het huis ligt de sintelberg van de Staatsmijn Wilhelmina, aan de overkant van de weg kijken we uit op een braakliggend stuk land waar mijn vader aardappelen en bonen gaat verbouwen. In de tuin staat een appelboom. Een sterappel, ideaal als klimboom, waar we uiteraard al gauw een hut in maken...

» Lees verder

09/01/2017

Opent het fraaiste Friese dorp al zijn deuren?

Buurt Veenwoudsterwal600.jpg

De afgelopen twee jaar werkte ik aan een idee, dat idee werd in samenwerking met velen een plan, genaamd Iepen Doar(p). Dat plan, het audiovisueel portretteren van alle 128 huishoudens van het dorp Feanwâldsterwâl - wordt nu werkelijkheid. Aanstaande 20 januari starten we het project met een feestelijke bijeenkomst voor bewoners van Feanwâldsterwâl in het lokale café. 

WAT IS HET PLAN?

Iepen Doar(p), Fries voor Open Deur / Dorp, is een artistiek documentair project bedoeld om het dorp Feanwâldsterwâl in zijn geheel - d.w.z. alle 128 huishoudens - audiovisueel te portretteren. Feanwâldsterwâl, een van de fraaiste Friese dorpen, officieel het jongste dorp van Nederland, het dorp waar ik gelukkig groot groeide, vertelt via dit project het verhaal van hét Friese dorp anno nu. Dat is relevant en interessant omdat Friesland de provincie is met verreweg de grootste dorpsdichtheid van Nederland, haar hedendaagse geschiedenis is aldus te vinden in alledaags dorpsleven.

» Lees verder

03/01/2017

Als het leven wordt genomen én gegeven

donor600.jpg

Veel verhalen geschreven tijdens de MijnVerhaal-cursussen zijn alleen bestemd en geschikt voor naasten van de schrijver. Maar soms zijn er verhalen die een breder publiek verdienen, zoals het verhaal van Linde, een jonge vrouw die in 2014 in een week tijd zowel haar vriend als vader verloor. Haar verhaal is belangrijk omdat het duidelijk maakt waarom een ieder met zijn naasten een gesprek over orgaandonorschap zou moeten voeren. Met haar toestemming publiceer ik het verhaal hieronder. 

"In die vroege ochtend van mei sta ik na een korte nacht in de tuin achter mijn huis. Er zit teveel onrust in mijn lijf om in bed te blijven liggen, ik zie hoe het slagveld in de tuin er bij daglicht uitziet. De tuintafel is nauwelijks zichtbaar door de lege flessen en de volle asbakken. En mijn hond staat daar vrolijk tussen, te kauwen op een half stokbrood brie. Het verrassingsfeestje zonder verrassing was een feit. Ik ben blij met mijn lieve vrienden. Ze hadden me gepeild in de dagen voor mijn verjaardag. Wilde ik alleen zijn of toch mensen om me heen?

» Lees verder

05/09/2016

Tussen stratenaars in de jaren dertig

1937 opa (peter) van school_600.jpg

“...Mijn moeder en zus stonden in de jaren dertig iedere vrijdag op de markt om de groentes die we verbouwden te verkopen. Ik hielp hen zodra ik groot en sterk genoeg was; zorgde ervoor dat de gekochte waren met de fiets bij de mensen thuis werden bezorgd. We gingen ook met onze waar langs de deuren. Met de handwagen, door de Oosterstraat, de Venestraat, de Zuiderkerkstraat, de Molenweg, overal hadden we adresjes. Wij waren de enigen niet. Er waren heel veel stratenaars in Assendorp. Zo noemden ze mensen die ventten, die op straat verkochten. We hadden altijd een hoop klanten, dat was de verdienste van mijn moeder die me voorhield hoe met de mensen om te gaan, dat handel altijd begint met fatsoenlijk antwoord geven.

Wij hadden het relatief goed in vergelijking met de vele arbeidersgezinnen in Assendorp toen. Ik herinner me onze huisarts, dokter Klinkert, die zei: ‘In Assendorp hangen de speklappen voor de ramen en de botten liggen in bed.’  Het was armoe troef in de crisisjaren kort voor de oorlog. De meeste Assendorpers waren spoormannen. Zo’n duizend mannen liepen dagelijks op en neer naar de werkplaats aan de andere ‘onze’ kant van het station. Ter hoogte van het Kamperlijntje bij de Westerlaan was een smalle ijzeren brug, speciaal gemaakt voor de spoorarbeiders, daar mochten alleen zij overheen, die brug werd het kippenhemeltje genoemd.

Wij keken vanuit ons huis zo op het spoorterrein. Ik herinner me de geur van de stronttreinen die vol met afval en uitwerpselen van de arbeiders van de spoorwerkplaats klaar stonden om afgevoerd te worden. Veel tuinders gebruikten de menselijke stront als mest voor hun land.  Riolering was er nog niet. De gemeente gaf ieder huishouden houten tonnetjes waarin uitwerpselen konden worden verzameld. Met paard en wagen werden die tonnetjes opgehaald en geloosd in grote kuilen die tuinders langs de weg hadden gegraven. Van daaruit werd de mest opgeschept in kruiwagens en over het land uitgereden. Heel arbeidsintensief was dat...” 

Sinds januari 2008 woon ik de in mooiste wijk van Zwolle: Assendorp. Iedere maand interview ik voor mijn wijkkrant De Assendorper iemand die in de wijk is geboren en getogen over zijn of haar eerste herinneringen aan Assendorp. Bovenstaande herinneringen zijn van Peter Sluiter, gepubliceerd in de september-editie van De Assendorper. Ben jij ook geboren en getogen in Assendorp en wil  je je eerste herinneringen aan de wijk laten optekenen? Mail of bel me!

» Lees verder

21/06/2016

Hoeveel ruimte heeft een schrijver nodig?

LOGO_RUIMTE_2.jpg

Regelmatig hoor ik van oud-cursisten hoe ze verder zijn gegaan met schrijven. Zo belde Martha uit Groningen me om trots te vertellen dat ze alweer aan haar derde boek begonnen was. Onderwerp van schrijven bleek dit keer haar beppe, een van de eerste Friese topschaatsters. Een Haarlemse cursiste mailde me ook, ze meldde met spijt dat het stof op haar schrijverij was gaan liggen. Met haar goedkeuring publiceer ik hierbij - omdat het zo mooi is en niet mag verstoffen - haar persoonlijke en veranderlijke kijk op het begrip ruimte

"Het onderwerp ‘ruimte’- stelde me voor de vraag ‘- wat is ruimte eigenlijk- ?’ Het lege scherm grijnst me aan, maar blijft leeg, akelig leeg. Ruimte genoeg om iets te ‘schrijven’, maar ik weet niet wat. Dan maar overgestapt op de vraag –wat is ruimte voor mij? - Ook dat is zo eenvoudig nog niet. Wat eerste gedachten en herinneringen brengen misschien meer helderheid, meer inspiratie; inspiratie, een woord dat ruimte veronderstelt.

» Lees verder

22/03/2016

Experimenteel toneel met een Japanner

 Plezier10.jpeg

Een dag organiseren waarin kennismaken via schrijven en vertellen centraal staat, dat was de uitdaging die MijnVerhaal eerder dit jaar kreeg bij het organiseren van een teamdag voor Stichting De Zonnesteen. Het vertelde en geschrevene leidde tot een fraai magazine, vol persoonlijke verhalen. Een van de mooiste verhalen werd geschreven door Ina Hekkert, zei beschreef een belangrijk keerpunt in haar leven. Dat verhaal wordt, met toestemming, hieronder gepubliceerd.

"Om 8 uur ’s avonds had het voor mij onbekende gezelschap zich rond onze kachel geschaard. Allen waren gekomen n.a.v. een oproepje in een Zwols huis-aan-huisblad. Mijn oog was er ook op gevallen en op de een of andere manier raakte het iets in me. ‘Mensen gezocht om een experimentele theatergroep te starten.’  Maar wat in godsnaam moest ik met een experimentele theatergroep en wat hield het eigenlijk in.

» Lees verder

18/03/2016

Mijn opa Henkie wás Assendorp

Annelien met opa Hendrik Wezenberg.jpg

Annelien Prins: “Mijn allereerste herinnering? Dan zie ik mijn opa Henkie voor me, lang, groot en sterk was-ie. Het was bij hem thuis aan de Eigenhaardstraat nummer 35, het was 17 februari 1987 en hij vertelde vol trots en emotie dat ik een broertje had gekregen, Daan. Wij woonden zelf iets verderop, aan de Eendrachtstraat.

Garder

Ik wilde direct naar huis, alleen maar daar, bij mijn broertje zijn. Ik was op slag verliefd. In mijn verdere jeugdherinneringen spelen oma en vooral ook opa een belangrijke rol. Ik ging uit school heel vaak bij hen langs, altijd stond er wat lekkers op tafel. Opa maakte veel grapjes, verkleedde zich, maakte muziek. Soms had hij een pan op zijn kop en een garder in zijn hand. Dan deed hij allemaal typetjes na. Saai was het nooit.

» Lees verder

17/01/2016

Docu Herxen brengt dorpsgemeenschap samen

monelise.JPG

De tiener verhaalt over het plezier van 's nachts zwemmen en vuurtjes stoken in de zomer. De twintiger heeft het over de verbindende werking van amateurtoneel voor het dorp. De veertiger roemt de vrijheid van het buitenleven, de rijkdom van natuur. De vijftiger vat het dorpsleven samen met de zin: leven, laten leven en elkaar een beetje helpen. En de zeventiger mijmert, met z'n kleinzoon vissend langs de IJssel, over hoe het vroeger soms beter was,  

Zomaar een paar observaties uit de documentaire Ontmoeting met Herxen, een film die MijnVerhaal samen met Waldemar de Vries maakte over Herxen, een buurtschap langs de IJssel, tussen Zwolle en Wijhe. Een film waarin vijf generaties Herxenaren eerst vertellen hoe het was om in het dorp op te groeien, om er te komen wonen, om vervolgens te verhalen wat het betekent om je te verbinden met het dorp. Ter besluit blikken ze vooruit en beschouwen zodoende het bestaansrecht van de kleine dorpsgemeenschap.

» Lees verder

03/12/2015

Neem de tijd voor een ander

_MG_6174b.JPG

 

Het is al weer vijf jaar geleden, dat mijn lief Irmgard liggend op bed in het hospice en zei: 'Je hebt de tijd. Neem de tijd.' De tijd is genomen, voorbijgevlogen ook. Wat heb ik gedaan sindsdien? Was ik minder gehaast? Nee, wel bewuster, rustiger, thuis, in mijn werk. Recent schreef ik twee verhalen voor het digitale zorgplatform patientveilig.nl, verhalen over de zorg, over mensen op de rand van de dood, mensen die aangeven hoe essentieel het is, dat je de tijd neemt als je voor een ander zorgt.

Lees hier het verhaal van Willeke, ALS-patient, 52 jaar, die vertelt hoe het is als je voor je eigen voortbestaan volledig bent overgeleverd aan de zorg van andere mensen en hoe gruwelijk lelijk we als maatschappij zijn als we die zorg niet goed kunnen organiseren. Dat het ook anders, beter, menswaardiger kan, lees je in het verhaal van Mieke die vertelt over de twee weken dat ze met haar zeven maanden jonge zoon in het ziekenhuis verbleef vanwege een bacteriële hersenvliesontsteking.

 
 

 

» Lees verder

30/05/2015

Een ode aan De Zonnesteen / het luisterend oor

IMG_7807.jpg

"Meer mensen zouden ons moeten kennen", zegt iemand in het boek dat ik dit voorjaar maakte voor, met en over de vrijwilligers van De Zonnesteen. Daar ben ik het heel erg mee eens. Iedereen zou De Zonnesteen moeten kennen. De Zonnesteen is een inloophuis voor mensen die in hun leven te maken hebben met kanker, het is een organisatie in Zwolle (binnenkort in Hattem) die door meer dan twintig vrijwilligers op bewonderenswaardige wijze draaiende wordt gehouden.

Voor al die vrijwilligers en voor het bestuur van De Zonnesteen verzorgden kok Martijn Goeman en ik een avond, waar naast heel lekker eten, het levensverhaal van De Zonnesteen centraal stond. Om dat verhaal boven tafel te krijgen, zocht ik antwoord op de vragen: welke betekenis geef jij aan je werk als vrijwilliger en welke betekenis heeft dat werk voor jou? Tussen de gangen van de verschillende gerechten door, fotografeerde ik de oren van de aanwezigen. De achterliggende gedachte: een goed luisterend oor is het beste dat de vrijwilligers van De Zonnesteen te bieden hebben.

De antwoorden op de genoemde vragen zijn, net als de gefotografeerde oren, terug te vinden in het boek, dat ik met behulp van Aukje Litjens (vormgeving) maakte. De quotes die in het boek staan geplaatst op de pagina’s waar ook de oren zijn afgedrukt, vertellen welke betekenis de Zonnesteen-vrijwilligers geven aan hun werk. Op de pagina’s zonder oren, valt te lezen wat het werken voor De Zonnesteen diezelfde vrijwilligers geeft. Zo heb ik de wederkerigheid en daarmee de waarde van het contact bij De Zonnesteen willen uitdrukken. En passent blijkt, kijkend naar alle oren, hoe uniek, kunstig en persoonlijk dit onderdeel van het menselijk lichaam eigenlijk is.

  • Het zogenaamde Oren-boek, van en voor de vrijwilligers van De Zonnesteen is hier gratis in te zien. Mocht u zelf een exemplaar van dit boek wensen, neem dan via info@mijnverhaal.eu contact met mij op. Tegen vergoeding van de druk- en portokosten zorg ik dat een exemplaar bij u thuis wordt bezorgd.

» Lees verder

27/05/2015

Sjoerd Litjens geeft levensverhalen een podium

cover-page-001.jpg

Onlangs stond MijnVerhaal in De Ondernemer, een commerciële bijlage van de Zwolse editie van De Stentor. Zo kreeg ik de gelegenheid om te vertellen waarom ieder leven een boek waard is; waarom ik doe wat ik doe en wie ik ben als ondernemer, als schrijver/journalist met het levensverhaal als specialisme. Het interview verscheen onder noemer Het Portret pagina-groot in de krant, met daarbij niet alleen een actuele foto van mezelf maar ook een kinderfoto. De foto die de cover van de bijlage sierde, is hierboven te zien; het artikel is hier te lezen.

» Lees verder

22/05/2015

'Ik wens je heel veel papa toe'

Ik wens je heel veel papa toe

MijnVerhaal maakt al jaren mooie documenten, boeken, video´s, websites. Een deel van die levensverhalen is terug te vinden op deze website. Maar een groot aantal documenten heb ik niet toegevoegd aan mijn portfolio. Dat heeft vooral te maken met privacy. De meeste MijnVerhalen zijn bedoeld voor vrienden en familie van de geportretteerden, voor een selecte groep mensen. Een voorbeeld daarvan is de video die ik recentelijk in samenwerking met René Eijsink (check zijn werk!) maakte voor een jonge weduwe.

Zij wilde voor haar drie kinderen, een mooi document maken met de video’s, foto’s en muziek van haar plotseling overleden man. Ze wilde herinneringen aan een rijk en onvoltooid leven vastleggen. Bijzonder aan het eindresultaat vond ik vooral de gesproken introductie die op haar initiatief werd toegevoegd aan de film. Om aan te geven hoe ontroerend en betekenisvol het werk van MijnVerhaal dikwijls is, plaats ik – met toestemming - haar woorden hieronder.

Lieverds,

15 jaar geleden begon een bijzonder en eigenzinnig liefdesverhaal. Het verhaal van papa en mama. Wat was het mooi, en intens. Intens omdat het niet altijd makkelijk was. Maar wel vol leven! Papa: energiek, dapper, avontuurlijk en eigengereid. En ik: minstens zo eigengereid, ondernemend, lief en stoer. Samen maakten we mooie avonturen mee, grote en kleine, ver weg en dichtbij. Maar het mooiste avontuur waren we net begonnen. Dat zijn jullie. Drie heel bijzondere, prachtige kindjes. Drie kindjes van papa en mama.

Papa is niet de papa van alledag. Die met ons eet, die je voorleest als je gaat slapen, op je moppert als je je speelgoed niet opgeruimd hebt of een boot maakt van de bank. Waar is hij dan wel, hè? Is hij op de maan, of is hij een ster of is hij altijd en overal, zoals hij zelf dacht. Ik zie dat hij in jou is, in jullie alle drie. Bij ieder op een andere manier. Straks zie je in deze film de mooiste beelden van papa. Ik hoop dat je papa heel dichtbij kan voelen. Ik wens je heel veel papa toe.

Dikke kus van mama

» Lees verder

16/04/2015

Krijtstof op vroom gevouwen handen

dia7028kopie6.jpg

Diny van Breukelen - Mars (80), 2015: "Denk ik aan mijn jeugd in Assendorp in Zwolle, dan zie ik als eerste mezelf, een jaar of drie, buitenspelend, in de Verenigingsstraat waar we woonden. Dat kon toen, want behalve de dokter had niemand nog een auto. Met de buurtkinderen hinkelden we veel, we tolden en als de jongens meededen dan ging het er wat ruiger aan toe. Belletje trekken, kleine pesterijen. Altijd waren we op straat, we moesten er alleen wel voor zorgen dat we voor acht uur s’ avonds, voor spertijd binnen waren, want het was oorlog.

Ik zat op de Mariaschool op de Assendorperstraat. Omdat ik vrij groot was, moest ik achterin de klas zitten, de plek met het meeste rumoer, een plek ook waar de nonnen die voor de klas stonden met hun grote witte kappen, niet veel zicht op hadden. Maar als ze je dan snapten, bij het spieken bijvoorbeeld, dan waren ze ook heel streng. Je moest voor in de klas op de knieën, met het gezicht naar de muur gaan zitten. De handen vroom gevouwen. Op die handen werd dan wat stof van het krijt gestrooid. Op die manier konden de nonnen controleren of je wel stil bleef zitten. Met die school was het na een paar oorlogsjaren trouwens afgelopen. De Duitsers namen de school in beslag. 

Angstig bezit

Het was een angstige tijd, de oorlogstijd. De dreiging die uitging van het zware gebrom van de met bommen geladen vliegtuigen die overkwamen. De bombardementen zelf. Meneer Polder een NSB-er wiens schoonmoeder naast ons woonde, over wie ik het lied zong: ‘A, B, C, D, E, F, G, Polder is lid van de NSB….’ Qua eten hadden we het niet eens zo slecht, in tegenstelling tot de vele mensen die lopend met handkarren vanuit het westen kwamen en hier hun sieraden verpatsten in ruil voor een beetje voedsel. Nee, we hadden genoeg, maar bij ons was het ellendig op een andere manier. Zo heerste er difterie. Alleen in mijn klas overleden al drie kinderen daaraan.

Ons gezin bleef evenmin gespaard. Marietje, mijn zusje kreeg een acute blinde darmontsteking. Het was 1943, ze was zes jaar. Mijn moeder dacht er verstandig aan te doen te wachten met handelen tot mijn vader  ’s avonds thuis zou komen. Toen hij er was, werd ook direct een dokter gebeld, die bracht Marietje met zijn auto naar het ziekenhuis. Daar is ze na drie weken onbeschrijfelijk leed overleden. Haar dood was een ommekeer in ons gezinsleven. Vanaf toen maakten we op zondag een grote wandeling door de stad, altijd eindigend op de Rooms Katholieke begraafplaats, op de Bisschop Willebrandlaan waar Marietje ligt begraven. Vanaf toen was er altijd de angst, de bezorgdheid. Ik hoor mijn moeder nog zeggen: “Eén kind. Het is zo’n angstig bezit.’ Het is die angst, die ik nadien altijd heb gevoeld.” 

Sinds januari 2008 woon ik de in mooiste wijk van Zwolle: Assendorp. Iedere maand interview ik voor mijn wijkkrant De Assendorper iemand die in de wijk is geboren en getogen over zijn of haar eerste herinneringen aan Assendorp. Bovenstaande herinneringen zijn van Diny van Breukelen - Mars, gepubliceerd in de april-editie van de Assendorper. Ben jij ook geboren en getogen in Assendorp en wil  je je eerste herinneringen aan de wijk laten optekenen? Mail of bel me!

» Lees verder

25/03/2015

'Elke bocht die we nemen is als een bladzij'

 Elke bocht die we nemen is als een bladzij

Aan de Hunebedweg 1 in Het Hunehuis in Havelte gaf ik vorige week mijn tweejaarlijkse cursus Levensboek maken. Dit keer mocht ik acht vrouwen begeleiden bij het optekenen van hun verhalen. Mijn voornaamste taak tijdens zo’n week is om een ieder te helpen bij het vinden van de eigen stijl en toon. Van daaruit schrijft het boek zich vanzelf, zo leert de ervaring inmiddels. Dat die aanpak opnieuw tot veel bijzonders leidde, mag een understatement heten. Ter illustratie een tamelijk willekeurige (te) kleine greep uit de verschillende mooie, inspirerende en ontroerende verhalen. 

De Limburgse:

“Aan de achterkant werd het huis omsloten door een tuin met veel privacy. In de herfst lagen mijn ouders op de knieën om bloembollen in de grond te stoppen, in de winter schraapten ze ijsbloemen van de ramen, in de lente verheugden ze zich op de eerste krokussen en in de zomer lagen ze met voldane gezichten uit te rusten op oranje stretchers in de tuin. Het witte huis aan het groene grasveld lag er schattig bij. De voortuin altijd tot in de puntjes verzorgd, kamerplanten keurig in het gelid op de vensterbank en de ramen versiert met zelf gehaakte gordijntjes. Van de buitenkant gezien een mooie compositie. In de dagen voor Pasen beklommen gele kuikens op klemmetjes als berggidsen de gladde harde bladeren van sanseveria's en ander binnen staand groen. Tegen Kersttijd omarmden rode linten, met zilveren en witte klokjes eraan vast, broederlijk het leven binnen op de vensterbanken…”

De Utrechtse:

“….Op weg naar het derde kamp zien we aan weerskanten van de weg prikkeldraad, soldaten met geweren in de aanslag en overal gekleurde was hangend over het prikkeldraad. Binnen de omheining zien we vrouwen en kinderen. Is het een gevangen kamp? Stoppen mag niet en bij navraag bij de leger kapitein krijgen we geen enkele informatie om wat voor soort vluchtelingen het zijn. Het zijn geen officiële kampen maar wat dan wel? Wie bekommert zich om hen? De kampen liggen ca 300 km uit elkaar en dat vergt 10 uur autorijden door een landschap dat sprookjesachtig mooi is. Onze equipe heeft over de hele wereld gereisd, maar iedereen is het erover eens, in dit landschap rijden we als door een sprookjes boek. Elke bocht die we nemen is als een bladzij die je omslaat en is nog lieflijker dan het vorige. Over de toppen van de bruine bergen ligt een deken van rode bloemen, de huizen zijn van klei met platte daken en overal zie en hoor je beekjes stromen. Het hof van Eden moet het zijn. Later blijken de rode bloemen papavers te zijn, die wij in het Westen voor veel geld versnijden en snuiven..."

De Amsterdamse:

“Tijdens een race denk ik niet zoveel, ik ben alleen maar bezig met mijn eigen wedstrijd. Na het keerpunt op 50 meter voel ik dat ik kop lig, maar hoever lig ik voor? Geen idee. Ik zie nog wel schimmen in de banen direct naast mij, die liggen achter. Dat geeft me een kick. Ik voel geen vermoeidheid. En mijn tijd? Ik ben inderdaad de snelste van iedereen, 1.38.22 minuten, een nieuw wereldrecord! Als je gefinisht bent, mag je niet eerder het water uit, voordat iedereen heeft aangetikt. De laatst aantikkende zwemster ligt een halve baan achter mij. Allemachtig wat een eind! Ik ben zo blij met mijn tijd. Ik blijf er maar naar kijken, wat een start van mijn toernooi! Als het Wilhelmus wordt gespeeld bij de huldiging kan ik me niet zo een goede houding geven. Het wordt een mengeling van willen meezingen en een beetje janken…” 

  • De eerst volgende cursus Levensboek maken in Het Hunehuis in Havelte heeft in november of december van 2015 plaats. Heeft u interesse in deelname of wilt u meer informatie, bel (0614982699) of stuur een mail naar MijnVerhaal: info@mijnverhaal.eu

» Lees verder

10/02/2015

'Altijd met lege handen durven staan'

 jaarlijstje_hannah_2012_schaduwkind_thomese.jpg  

"Vandaag een schutting geplaatst." Het is de eerste zin van Schaduwkind, een boek van P.F. Thomése dat in 2003 verscheen. Het is vanaf die eerste zin dat ik werd gegrepen door een even uitputtende, compacte als reddeloze poging van de schrijver om woorden te vinden voor iets waar geen woorden voor zijn. P.F. Thomése verloor zijn pasgeboren dochter Isa aan de dood. P.F. Thomése zocht in alle hoeken van zijn hoofd, herinnering, liefde en taal, naar het stuk van zichzelf dat zich zo definitief van hem had verwijderd.

Het allerergste... Schaduwkind is een prachtige ode aan het leven; aan het ouderschap en ouderliefde, dat zeker ook. Omdat ze zo mooi zijn hieronder enkele passages die me bijzonder troffen (maar lees toch vooral het boek zelf). 

  • "Eindelijk was ik bij het begin begonnen, hoorde ik van Parker: 'Je hebt je kind geboren zien worden man, dichterbij kun je niet komen.' En inderdaad, het leek wel of ik zelf zojuist geboren was. Maar het was meer dan mijzelf, het was mijn kind. Wat ik had gekend, was weggevaagd, ik herkende niets terug. Alles ging opnieuw bestaan. Eindelijk had ik de wereld in handen gekregen." 
  • "Je bestelde kruiken, warme doeken. Schone lakens voor je bloedende moeder. Je eiste al het beschikbare leven voor je op. Je navelstreng moest worden afgebonden, want je was op aarde neergedaald om een plek voor jezelf te vinden. Je was hier naartoe gekomen om te blijven. Om hier voor altijd te zijn." 
  • "Terugblikkend is er niets van een 'tot hier' te bekennen. De secondes tuimelen weg in de ravijnen, in no time gaapt er een gat van altijd en eeuwig. Hier aangekomen, hier op deze stoel naast het lege bedje, is er ineens niets anders meer, niets anders meer dan niets."
  • "Niet iets proberen vast te houden dus, ook het mooiste niet, juist het mooiste niet. Het steeds proberen los te laten, steeds bijtijds de verwijdering onder ogen zien. Altijd met lege handen durven staan, dan kun je beter vangen als het nodig is." 

 

> Het boek Schaduwkind is hier te koop.

 

 

» Lees verder

22/01/2015

'Het is mooi om ouderen zo gelukkig te zien'

poster13x.jpg

Onlangs was ik aanwezig bij de presentatie van Jong Belegen Historie, een herinneringsproject dat ik begeleid had, een project waarin eerstejaars studenten van het Deltion (mbo in Zwolle) op zoek gingen naar jeugdherinneringen van ouderen, om die vervolgens te spiegelen aan en te vergelijken met herinneringen uit hun eigen jeugd. Het resultaat van dit project, 21 gespiegelde jeugdherinneringen, afgedrukt als poster, werd gepresenteerd.

Daarnaast hielden de studenten een dankwoord, waarin ze reflecteerden op de verschillende ontmoetingen met de ouderen, bij hen thuis, op school, in de stad en bij Historisch centrum Overijssel. In het bijzonder geraakt was ik door het dankwoord van Laura, Lisanne, Koen, dat ik met hun toestemming hieronder publiceer

"Mevrouw Bakker heeft een vervelende jeugd gehad. Haar tante stond er op een gegeven moment alleen voor en vroeg aan de moeder van mevrouw Bakker of een kind van haar bij haar in huis mocht komen wonen. Dat werd dus mevrouw Bakker.. Niet veel later kreeg ze werk in Ruinerwold in een café. Waar ze ook bij in trok. Maar de eigenaar was vaak onder invloed van drank en Mien moest soms zelfs 's nachts op straat lopen met de baby, omdat de eigenaar en zijn vrouw weer eens ruzie hadden.. Dit had natuurlijk ook veel impact op haar..

Na een poos daar gewerkt en gewoond te hebben, vertelde iemand haar dat de huisarts in De Wijk (Drenthe) iemand zocht om voor de kinderen te zorgen/schoon te maken etc.. Mien bedacht zich geen moment en besloot naar De Wijk te vertrekken. Dit vond de eigenaar van het café niet leuk, maar dit keer besloot Mien voor zichzelf te kiezen. Daar heeft zij een fijne tijd gehad. Ondanks dat er natuurlijk wel wat minder leuke dingen gebeurde. Maar dat hoorde er bij. Mien ontmoette in die tijd ook haar man Johan waar ze onwijs veel steun en toeverlaat aan heeft.

Wij hebben veel bewondering voor deze twee onwijs sterke mensen. Het is mooi om ouderen nog zo gelukkig te zien. Tegenwoordig scheiden mensen sneller. Maar mensen zoals Mien en Johan laten zien dat echte liefde bestaat. Johan staat altijd voor Mien klaar en helpt wanneer het nodig is. Het zijn twee bijzondere mensen waar wij veel van geleerd hebben. Ze hebben ons veel advies gegeven en waren vanaf dag 1 al heel open. Uit elk woord konden wij op maken  dat we moeten genieten van het leven dat we nu hebben. Lieve Mien en Johan, bedankt voor het meedoen aan ons project. En maak je maar geen zorgen, wij gaan zeker doorleren hoor."

 *De namen in dit verhaal zijn om reden van privacy gefingeerd

» Lees verder

13/01/2015

Over de brug in plaats van door de tunnel

JanStuiver_002.jpg

Jan Stuiver (65), Assendorp, Zwolle, 2013:  "Denk ik aan mijn jeugd in Assendorp dan denk ik als eerste aan de twee winters dat het zo hard ijzelde en zo koud was dat de straten veranderden in een ijsbaan. Overal op straat werd geschaatst. Centimeters dik stond het ijs op de kinderkopjes. De straat, dat was onze speeltuin. Er waren nauwelijks nog auto’s. We voetbalden, deden stoepje tikken met de bal of knikkeren.

Ook was ik als kind vaak met mijn vriendjes in park de Weezenlanden te vinden. Waar nu de kinderboerderij is, waren toen grote rietvelden met veel kievitsbloemen. Dan speelden we verstoppertje. Je kon net boven het riet uitkijken. We maakten gangen waar je doorheen kon kruipen. Het was een soort doolhof. Als zoeker had je een fluitje. Als je daarop blies, moest iedereen in het veld rechtop gaan staan, zodat je snel kon zien waar iedereen verstopt zat en vervolgens moest je in het doolhof gaan zoeken en tikken.

En ik was vaak op en rond de grote spoorbrug te vinden. Daar reed ik dan met de trapfiets die mijn vader had gemaakt tegenop. Nu nog altijd, als ik naar de IJssel rijd om een rondje te fietsen, ga ik over de brug in plaats van door de tunnel. Als klein kind scheurde ik precies daar voor de bussen van de VAD langs. En omdat wij een van de eerste families in Zwolle waren met een telefoon thuis, werd mijn vader dikwijls opgebeld, dat ik weer gevaarlijk bezig was en dat ze me moesten komen halen.

Dat fietsen zat er dus al vroeg in. Toen ik wat ouder was, een jaar of tien, fietste ik vaak naar Schelle waar mijn opa en oma woonden op een boerderij. Bijna wekelijks werd daar voor mijn ogen een kip geslacht. Zo de kop eraf. Met die kip zonder kop fietste ik vervolgens zo hard als ik kon naar huis. Ik vond het een beetje eng zo’n kip zonder kop. Maar mijn moeder was er maar wat blij mee. Die rookte de kip en maakte er de heerlijkste soep van.

Van nog wat later, toen ik veertien was, herinner ik me de wielerronde van Assendorp, met prijzen en premies in natura, beschikbaar gesteld door de lokale middenstand. Dat heeft mij geïnspireerd om wielrenner te worden (Jan Stuiver was in de jaren zeventig een verdienstelijk internationaal veldrijder, SL). Vele jaren later reed ik als amateur mee in diezelfde ronde van Assendorp. De premie die ik won was een knickerbocker en lange sokken beschikbaar gesteld door een kledingzaak in de Assendorperstraat.”

Sinds januari 2008 woon ik de in mooiste wijk van Zwolle: Assendorp. Iedere maand interview ik voor mijn wijkkrant De Assendorper iemand die in de wijk is geboren en getogen over zijn of haar eerste herinneringen aan Assendorp. Bovenstaande herinneringen zijn van Jan Stuiver. Ben jij ook geboren en getogen in Assendorp en wil  je je eerste herinneringen aan de wijk laten optekenen? Mail of bel me!

» Lees verder

24/11/2014

Gun nabestaanden een geestelijke nalatenschap

 Logo-bewerkt-475x334.jpg

Afgelopen zaterdag zat ik met een goede vriend in een Zwols café, een bruine kroeg ruikend naar lampolie, met pinda's op tafel en aan de muur achter glas veel verleden verbeeld. We spraken over de dood, de dood van zijn pas overleden 93-jarige oma. Een bijzondere oma, die als kind van Twents Friese ouders, groot groeide in de Randstad, en op volwassen leeftijd al vroeg weduwe werd. De regie die ze als moeder van drie, op jonge leeftijd noodgedwongen in handen kreeg, liet oma pas afgelopen week los.

In haar leven maakte ze, toen het kon en zolang ze kon, ieder jaar twee reizen, een grote reis (buiten Europa) en een kleine reis (binnen Europa). Van al die reizen hield ze een dagboekje bij. 'Niks bijzonders', zei mijn vriend letterlijk. Ik keek hem aan, dacht aan hem over twintig jaar, aan zijn neven en nichten, aan zijn dochter en aan toekomstige generaties.

Reizen bewaard

Ik zei dat het toch wel bijzonder mooi en waardevol zou zijn als de herinneringen en ervaringen van oma zouden worden vastgelegd. Dat haar geestelijke nalatenschap zou worden geborgd, bijvoorbeeld middels een boek dat dagboekfragmenten van haar reizen toont. Of dat een goed idee is en of een boek er in dit geval gaat komen, weet ik niet.

Wat ik wel weet, en dat valt op, is dat we in Nederland over het algemeen weinig gedachten wijden aan onze geestelijke nalatenschap. Het taboe van de dood is groot. Komt en is de dood dichtbij dan wordt er vooral in praktische zin bij stilgestaan. Zo kopt weekblad Elsevier deze week op de voorpagina: Dood in eigen hand / Een handleiding voor een waardige laatste fase van het leven.

Unieke levenservaring

In het hele blad wordt met geen woord gesproken over het belang van geestelijke nalatenschap. Ik vind dat raar. De enorme rijkdom waarin wij in Nederland leven, het gevolg van zeventig jaar vrede, zorg, scholing en ondernemerschap, krijgt in mijn ogen pas betekenis door het persoonlijke, door de relatie die we in opeenvolgende generaties hebben en hadden met de mensen die belangrijk voor ons zijn en waren.

De levenservaringen van ieder individu zijn uniek, het gevolg van de lessen geleerd van eerdere generaties, van de genen die je meekreeg en de toevalligheden, gebeurtenissen en mensen die op je pad kwamen. Die ervaringen en de verhalen erover, zijn het waard om door te geven aan naasten, de mensen die verder leren, leven, daar waar het voor jou eindigt.

 

» Lees verder

15/10/2014

Het gemis van Mannetje Pluim

Jozefkl.jpg

“Mannetje Pluim. Mannetje Pluim. Mannetje Pluim.” Een schouwburg vol kinderen schreeuwt de longen uit het lijf om Mannetje Pluim, het populaire poppenkarakter van acteur Jozef van der Berg, terug op het toneel te krijgen. Mannetje Pluim is verdronken in zee. Waar precies, we weten het niet. Als we maar hard genoeg roepen dan komt Mannetje Pluim vanzelf terug, vertrouwt Van den Berg ons toe. En warempel: ons geroep wordt beloond. Ineens rijdt Mannetje Pluim op de rug van een elektrische rat het decor weer op. De vreugde is groot.

Bovenstaande is een tamelijk sterke jeugdherinnering. Het moet ergens in de jaren tachtig in De Harmonie, in de schouwburg van Leeuwarden, zijn geweest. De warme geborgenheid en de hoopvolle setting, waarin die herinnering gestalte kreeg, is nog altijd oproepbaar, voelbaar bijna. Zo zijn maar weinig herinneringen.

Zoeker gevonden

Jozef van den Berg, zo lees ik in de onlangs verschenen biografie van Francis Jonckheere, ontving in de jaren tachtig en negentig van Leeuwarden tot Tokyo lof voor zijn openhartige verbeeldingsvolle en humoristische voorstellingen, vertellingen waarin hij veel improviseerde en waarbij hij zijn poppen, het publiek, volwassenen en kinderen altijd nadrukkelijk betrok en meenam naar een werkelijkheid die, zo als het aan publiek lag, voor altijd zou mogen zijn.

Het bizarre – zo je wilt: het mooie – in het levensverhaal van Jozef van den Berg, is dat hij eind jaren tachtig tijdens een optreden in Antwerpen het podium oploopt om te vertellen dat die door hem gecreëerde en door velen bewonderde werkelijkheid niet langer bestaat: “Ik ben een werkelijkheid genaderd die niet meer te spelen is. De zoeker zoekt, maar hij wordt gevonden. Daarom sta ik vanavond voor het laatst op de planken.”

De bijbel

Wat het ontgoochelde publiek in de zaal niet weet, is Van den Berg de voorgaande dagen in hevige vertwijfeling over zijn werk en de voortgang daarvan is geweest. Vlak voor de voorstelling heeft hij ten einde raad de bijbel opengeslagen op een willekeurige bladzijde en gelezen:

Daarom: gaat weg uit hun Midden

En scheidt u af, spreekt de Heer

En houdt niet vast aan het onreine

En Ik zal u aannemen

En ik zal u tot Vader zijn

(2Kor. 6,17-18)

 

De zoektocht is voorbij. Jozef van den Berg zet op 14 september 1989 een punt achter de toneelcarrière van zichzelf en zijn personages, waaronder Mannetje Pluim. Hij besluit om zijn leven aan God te wijden, om ‘acteur van Christus’ te worden, hetgeen betekent dat hij zich bekeert tot Oosters-Orthodoxe kerk. Jozef van den Berg (1949), verlaat zijn vrouw en vier kinderen en gaat (aanvankelijk) in een fietsenstalling in Neerijnen wonen en laat zich voortaan voeden met wat de mensen hem geven.

Mannetje Pluim

De met zorg gemaakte biografie over Jozef van den Berg bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt zorgvuldig uiteengezet wie hij is als mens en acteur. Al zijn voorstellingen, inclusief beschouwingen van recensenten en van Van den Berg zelf op die voorstellingen, worden gememoreerd. Al lezend voel ik de dankbaarheid van toen, hoe het was om als kind bij een van zijn vertellingen aanwezig te zijn.

Het tweede deel van het boek gaat over het leven na de ommekeer. De zoeker is gevonden, zo zegt hij zelf. Maar de lezer, ik, de liefhebber van zijn werk raakt hij op dat moment kwijt. De acteur van Christus is verworden tot eendimensionale persoonlijkheid, iemand die nog altijd de rijkdom van zijn eigen ziel onderzoekt, maar daarbij nog maar een kant op kijkt. Dat stemt verdrietig. Heel hard ‘Mannetje Pluim’ roepen, zal niet helpen, zoveel wordt na lezing duidelijk. 

Links:

 

» Lees verder

RSS Pictogram